Ons kwaliteitsbeleid voor inclusief onderwijs

Beginsituatie 

Om mijn initiatief binnen de brede basiszorg goed af te stemmen op de noden van mijn school, vond ik het belangrijk om eerst de beginsituatie zorgvuldig en betrouwbaar in kaart te brengen. Daarom koos ik bewust voor twee valide manieren om gegevens te verzamelen: observeren en een kort interview met leerkrachten.

Door te observeren in de klas kreeg ik een realistisch beeld van hoe leerlingen starten, welke routines al aanwezig zijn en waar leerkrachten tegenaan lopen op vlak van taakinitiatie, structuur en executieve functies. Deze observaties gaven mij concrete inzichten in wat goed werkt en waar nog groeikansen liggen.

Daarnaast voerde ik een kort interview met enkele leerkrachten. Ik vroeg hen welke noden zij ervaren, welke ondersteuning zij missen en welke elementen volgens hen kunnen bijdragen aan een sterkere basiszorg. Hun ervaringen en perspectieven waren essentieel om mijn initiatief af te stemmen op wat er écht leeft in de praktijk.

Door observaties en interviews te combineren, kreeg ik een breed en betrouwbaar beeld van de beginsituatie. Deze gegevens vormen de basis voor mijn initiatief, dat volledig binnen de brede basiszorg valt en gericht is op het versterken van structuur, voorspelbaarheid en executieve functies voor alle leerlingen.

Naast mijn observaties en het korte interview met leerkrachten heb ik ook gerichte bronnen geraadpleegd over executieve functies, taakinitiatie en basiszorg. Ik deed dit om mijn bevindingen te verdiepen en om mijn initiatief te onderbouwen met actuele inzichten. Door literatuur, artikels en betrouwbare websites te bestuderen, kreeg ik een breder beeld van wat leerlingen nodig hebben en welke aanpak effectief is. Deze informatie hielp mij om mijn observaties beter te interpreteren en om mijn initiatief binnen de brede basiszorg sterker te funderen.

Mijn initiatief binnen het ROK kader

Wanneer ik mijn initiatief plaats binnen het Referentiekader Onderwijskwaliteit (ROK), situeer ik het vooral binnen het domein “Ontwikkeling stimuleren”, en meer specifiek binnen D1: Een krachtige leeromgeving realiseren. Mijn werking richt zich namelijk op het versterken van de brede basiszorg, waarbij ik inzet op duidelijke routines, voorspelbaarheid, taakinitiatie en executieve functies. Dit zijn allemaal elementen die bijdragen aan een krachtige, gestructureerde en ondersteunende leeromgeving voor alle leerlingen.

Door leerkrachten te ondersteunen in het creëren van structuur en helderheid, werk ik aan een omgeving waarin leerlingen weten wat er van hen verwacht wordt en waarin zij meer zelfstandigheid en succeservaringen kunnen opbouwen. Dat sluit nauw aan bij de kern van D1, waar het gaat over het realiseren van een leeromgeving die stimulerend, veilig en doelgericht is.

Hoewel mijn initiatief vooral binnen D1 valt, merk ik dat het ook indirect raakvlakken heeft met andere ROK‑domeinen. Zo ondersteun ik leerkrachten in het doelgericht werken rond executieve functies, wat aansluit bij D2: Doelen nastreven. Daarnaast draagt mijn initiatief bij aan een meer gedeelde en consistente aanpak binnen de school, wat past binnen K1: Kwaliteitsontwikkeling. Ook binnen B1: Zorgbreed en kansenrijk beleid zie ik een link, omdat ik inzet op een sterke basiszorg die voor alle leerlingen werkt.

Toch blijft mijn primaire focus duidelijk: ik werk aan een krachtige leeromgeving die alle leerlingen ondersteunt, en daarom situeer ik mijn initiatief binnen D1 van het ROK.

Actieplan

Ik wil mijn initiatief doelgericht en gefaseerd aanpakken, zodat ik stap voor stap kan werken aan het versterken van de brede basiszorg in de klas waar ik momenteel actief ben. Mijn focus ligt op het verbeteren van routines, taakinitiatie en executieve functies, omdat ik merk dat leerlingen hier veel baat bij hebben. Ik wil een leeromgeving creëren die voorspelbaar, duidelijk en ondersteunend is, zodat leerlingen rustiger kunnen starten, beter weten wat er van hen verwacht wordt en meer zelfstandigheid ontwikkelen.

Mijn aanpak vertrekt vanuit drie pijlers:

  • inzicht verwerven in de beginsituatie via observaties en gesprekken

  • gerichte materialen ontwikkelen die aansluiten bij de noden van de leerlingen

  • uitproberen, opvolgen en bijsturen op basis van feedback en effecten

Door deze aanpak blijft mijn initiatief haalbaar, concreet en afgestemd op de realiteit van de klas.

Hoe organiseer ik dit?

Fase 1 – Observatie en analyse

Ik observeer in de klas om zicht te krijgen op:

  • hoe leerlingen hun dag starten

  • hoe taakinitiatie verloopt

  • welke routines al aanwezig zijn

  • waar leerlingen vastlopen

  • hoe de leerkracht momenteel structuur aanbiedt

Daarnaast voer ik een kort gesprek met de leerkracht om te begrijpen welke noden zij ervaart en welke ondersteuning zij mist. Deze fase geeft mij een helder beeld van de beginsituatie.

Fase 2 – Ontwikkeling van materialen

Op basis van mijn observaties ontwikkel ik:

  • een start‑routine die leerlingen houvast geeft

  • stappenkaarten voor taakinitiatie

  • visuele ondersteuning (pictogrammen, stappenplannen)

  • duidelijke klasafspraken rond starten, opruimen en taakaanpak

Ik zorg ervoor dat deze materialen eenvoudig, haalbaar en onmiddellijk inzetbaar zijn.

Fase 3 – Implementatie in de klas

Ik test de materialen uit in de klas waar ik begeleid. Ik let daarbij op:

  • hoe leerlingen reageren

  • of de routines voldoende duidelijk zijn

  • of de taakinitiatie verbetert

  • hoe de leerkracht de materialen gebruikt

  • welke aanpassingen nodig zijn

Ik ondersteun de leerkracht tijdens deze fase en zorg voor een rustige, haalbare implementatie.

Fase 4 – Reflectie en bijsturing

Ik reflecteer samen met de leerkracht op:

  • wat goed werkt

  • wat nog moeilijk loopt

  • welke leerlingen extra ondersteuning nodig hebben

  • welke materialen moeten worden aangepast

Op basis van deze reflectie stuur ik mijn initiatief bij. Deze fase zorgt ervoor dat mijn aanpak duurzaam en effectief wordt.

 

Wie doet wat?

Ikzelf

  • ik observeer in de klas

  • ik analyseer de beginsituatie

  • ik ontwikkel materialen

  • ik test deze materialen uit

  • ik volg de effecten op

  • ik verzamel feedback en stuur bij

De klasleerkracht

  • past de routines en materialen mee toe

  • geeft feedback over wat werkt en wat niet

  • denkt mee na over aanpassingen

  • ondersteunt de leerlingen tijdens de implementatie

De zorgcoördinator

  • bewaakt de link met het zorgbeleid

  • ondersteunt mij inhoudelijk

  • helpt mij om mijn initiatief te verankeren binnen de brede basiszorg

Omdat ik mijn initiatief nog niet in andere klassen kon uitvoeren, blijft de taakverdeling bewust beperkt tot deze klas.

Afspraken met de leerkracht

Ik maak met de leerkracht duidelijke afspraken:

  • we passen de routines consequent toe

  • we gebruiken dezelfde taal rond executieve functies en taakinitiatie

  • we plannen vaste momenten in om kort te reflecteren

  • we zetten de materialen voorlopig enkel in deze klas in

  • we houden rekening met de noden van de leerlingen en passen aan waar nodig

Deze afspraken zorgen voor duidelijkheid, voorspelbaarheid en een consistente aanpak.

 

Link met de visie van de Regenboog

Wanneer ik mijn initiatief uitwerk, vertrek ik vanuit de warme en inclusieve visie van De Regenboog. De school wil dat elk kind kan groeien volgens zijn eigen talenten en zich goed in zijn vel voelt. Door te werken aan duidelijke routines, taakinitiatie en executieve functies ondersteun ik precies dat: ik creëer meer voorspelbaarheid, rust en houvast voor alle leerlingen.

De school zet sterk in op welbevinden, betrokkenheid, klasdynamiek en kansen voor elk kind. Mijn initiatief sluit hierbij aan omdat structuur en duidelijke verwachtingen bijdragen aan een veilig en positief leerklimaat. Daarnaast versterk ik de brede basiszorg, wat past binnen het sporenbeleid en de zorgwerking van de school.

Door mijn aanpak af te stemmen op deze visie draag ik bij aan een krachtige, warme en ondersteunende leeromgeving waarin elk kind kan groeien en bloeien.

Maak jouw eigen website met JouwWeb