Actieplan

In mijn actieplan beschrijf ik hoe ik zelfsturing, taakinitiatie en executieve functies doelgericht wil versterken in het tweede leerjaar B. Mijn acties zijn gebaseerd op observaties, interviews, leerlinggesprekken, literatuuronderzoek en input van mijn PLG. Ik werk stap voor stap, zodat mijn interventie haalbaar, onderbouwd en afgestemd is op de noden van de klas.

Verantwoording van mijn acties op basis van gegevensverzameling

Observaties en nulmeting

Uit mijn observaties en nulmeting blijkt dat leerlingen moeite hebben met:

  • zelfstandig starten na een uitleg

  • weten wat de eerste stap is

  • hun materiaal klaarleggen

  • hun aandacht richten

  • hun werkvolgorde organiseren

  • hun gedrag bijsturen wanneer ze vastlopen

Ik zag dat leerlingen vaak:

  • rondkeken in plaats van te starten

  • wachtten op bevestiging

  • stappen vergaten

  • snel vastliepen

  • veel herhaling nodig hadden

Deze gegevens tonen dat executieve functies zoals taakinitiatie, werkgeheugen, planning en zelfmonitoring onvoldoende ontwikkeld zijn.

Interview met de leerkracht 

De leerkracht gaf aan dat:

  • routines niet consequent worden toegepast

  • leerlingen veel herhaling nodig hebben

  • visuele ondersteuning ontbreekt

  • overgangsmomenten chaotisch verlopen

  • leerlingen onzeker zijn over hoe ze moeten starten

Daarom ontwikkel ik start‑routines, stappenkaarten en visuele ondersteuning die onmiddellijk inzetbaar zijn.

 

Interview met de leerlingen

Leerlingen gaven aan dat:

  • ze vaak vergeten wat de juf zei

  • ze niet weten hoe ze moeten beginnen

  • pictogrammen hen helpen

  • ze sneller starten wanneer ze een stappenplan zien

Daarom kies ik voor kindvriendelijke, visuele materialen.

Input van de PLG

Mijn PLG bevestigde dat:

  • taakinitiatie een gekend probleem is in 2B

  • routines niet altijd consequent zijn

  • visuele ondersteuning haalbaar en effectief is

  • een schoolbrede aanpak wenselijk is, maar dat starten in één klas realistisch is

Daarom stem ik mijn acties af op wat haalbaar is binnen de klas én gedragen wordt door het zorgteam.

Literatuurverantwoording 

Executieve functies als basis voor zelfsturing

Dawson & Guare (2018)  beschrijven executieve functies als de mentale processen die kinderen nodig hebben om doelgericht te handelen. Functies zoals taakinitiatie, werkgeheugen, inhibitie, planning en zelfmonitoring zijn essentieel om zelfstandig te kunnen werken.

Baeyens (2024) benadrukt dat kinderen in het tweede leerjaar nog volop leren:

  • starten zonder uitstel

  • stappen onthouden

  • hun gedrag reguleren

  • hun aandacht richten

Daarom ontwikkel ik stappenkaarten, routines en visuele ondersteuning.

 

Baeyens, D. (2024). De ontwikkeling van executieve functies in het basisonderwijs: Een bijzondere rol voor de  leerkracht. Signaal Digitaal, 2024(2). https://modulas.sig- net.be/uploads/artikels_signaaldigitaal/signaaldigitaal_202402_executievefunctiesbasisonderwijs.pdf 

 

Zelfsturing ontwikkelt zich niet vanzelf

Malfait (2020) en Van Oosten (2021) tonen dat zelfsturing een proces is dat groeit door:

  • duidelijke verwachtingen

  • reflectie

  • autonomie

  • ondersteuning van de leerkracht

Zelfsturing ontstaat wanneer kinderen leren:

  • hun aanpak te plannen

  • hun werk te monitoren

  • hun gedrag bij te sturen

Daarom kies ik voor reflectiemomenten, duidelijke routines en expliciete ondersteuning.

 

Malfait, C. (2020). Groeien in executieve functies. Hoe? Zo! De basis voor zelfsturing en leren leren. Lannoo. 

 

Van Oosten, N. (2021). Zelfsturing in het basisonderwijs met 6 tot 12jarigen. LannooCampus. 

 

Het belang van voorspelbaarheid en structuur

Volgens Klasse (2019) en Thomas More (Verbrugghen, 2025) hebben kinderen nood aan:

  • rust

  • structuur

  • voorspelbaarheid

Wanneer routines niet duidelijk zijn, raken kinderen overweldigd en verliezen ze hun focus.

Daarom ontwikkel ik een start‑routine en visuele stappenplannen.

 

Klasse. (2019). Zelfsturing: zonder leraar lukt het niet https://www.klasse.be/193986/zelfsturing-zonder-leraren-lukt-het-niet/ 

Verbrugghen, G. (2025). Klasmanagement kan je leren: Begin met routinesThomas More.  https://thomasmore.be/nl/expertisecentrum-onderwijs-en-leren/blog/klasmanagement-kan-je-leren- blog-1-begin-met-routines

Visuele ondersteuning als hefboom

Dawson & Guare (2018) tonen dat visuele ondersteuning:

  • het werkgeheugen ontlast

  • taakinitiatie versterkt

  • zelfstandigheid vergroot

  • stress vermindert

Daarom voorzie ik pictogrammen, routineschema’s en stappenkaarten.

De rol van de leerkracht

Klasse (2019) en Leraar24 (2024) benadrukken dat leerlingen zelfsturend worden wanneer leerkrachten:

  • hun denkproces hardop verwoorden

  • strategieën expliciet aanleren

  • reflectie stimuleren

Daarom plan ik korte reflectiemomenten met de leerkracht.

 

Klasse. (2019). Zelfsturing: zonder leraar lukt het niet https://www.klasse.be/193986/zelfsturing-zonder-leraren-lukt-het-niet/ 

 

Leraar24. (2024). Zelfsturing is geen trucje dat leerlingen makkelijk toepassen https://www.leraar24.nl/2611966/zelfsturing-is-geen-trucje-dat-leerlingen-makkelijk-toepassen/ 

Schoolcontext en zorgbeleid

UCLL (z.d.) en Van Oosten (2021) tonen dat een schoolvisie die inzet op veiligheid, structuur en autonomie een belangrijke voorwaarde is voor zelfsturing.

De visie van De Regenboog sluit hier perfect bij aan.

Daarom stem ik mijn acties af op de brede basiszorg en het zorgbeleid.

 

UCLL. (z.d.). Kansen bieden om zelfsturend te worden: Een blik op zelfsturing https://research-expertise.ucll.be/sites/default/files/2021-06/Zelfsturing%20-%20synthese.pdf 

 

Van Oosten, N. (2021). Zelfsturing in het basisonderwijs met 6 tot 12jarigen. LannooCampus. 

 

Acties

Ik ontwikkel een duidelijke start- routine 

Wat doe ik?

Ik ontwikkel een vaste, visuele start‑routine die leerlingen stap voor stap toont hoe ze moeten beginnen wanneer ze een opdracht krijgen. Deze routine bestaat uit pictogrammen en korte, duidelijke instructies zoals: materiaal klaarleggen, datum schrijven, opdracht lezen, eerste stap uitvoeren.

Waarom doe ik dit?

Uit mijn observaties en nulmeting blijkt dat leerlingen niet weten hoe ze moeten starten. Ze wachten, kijken rond of stellen uit. De literatuur (Dawson & Guare, Diamond) toont dat taakinitiatie sterk verbetert wanneer kinderen een voorspelbare structuur krijgen.

Hoe ziet dit eruit in de klas?

De start‑routine hangt zichtbaar in de klas en ligt ook op de banken van leerlingen die extra houvast nodig hebben. De leerkracht en ik verwijzen er consequent naar.

Doel van deze actie

  • taakinitiatie versterken

  • onrust verminderen

  • zelfstandigheid vergroten

  • werkgeheugen ontlasten

Ik introduceer het wat-nu bord voor overgangsmomenten

Wat doe ik?

Ik ontwikkel een Wat‑nu‑bord dat leerlingen toont wat ze moeten doen wanneer ze klaar zijn, wanneer ze wachten op instructie of wanneer ze even niet weten wat de volgende stap is. 

Waarom doe ik dit?

Uit mijn observaties en het interview met de leerkracht blijkt dat leerlingen vaak stilvallen, rondkijken of storend gedrag vertonen tijdens overgangsmomenten. De literatuur toont dat leerlingen nood hebben aan een duidelijke structuur om hun gedrag te reguleren. Het Wat‑nu‑bord voorkomt stilstand en geeft autonomie.

Hoe ziet dit eruit in de klas?

Het bord hangt op een zichtbare plaats. Leerlingen leren er zelfstandig naartoe te kijken wanneer ze klaar zijn of vastlopen.

Doel van deze actie

  • onrust tijdens overgangen verminderen

  • leerlingen autonomie geven

  • wachttijd zinvol invullen

  • zelfsturing versterken

 

Ik werk met een vaste instructieroutine 

Wat doe ik?

Ik introduceer een vaste instructieroutine die bestaat uit drie stappen:

  1. Kijken en luisteren

  2. Denken en verwoorden

  3. Starten volgens de StartSlim‑stappen

Ik ondersteun deze routine met pictogrammen en een vaste volgorde die telkens terugkomt.

Waarom doe ik dit?

Uit de literatuur blijkt dat leerlingen zelfsturing ontwikkelen wanneer instructie voorspelbaar is en wanneer de leerkracht haar denkproces hardop verwoordt. Uit mijn observaties blijkt dat leerlingen vaak afhaken tijdens uitleg en daardoor niet weten hoe ze moeten starten.

Hoe ziet dit eruit in de klas?

De instructieroutine hangt zichtbaar in de klas. De leerkracht en ik gebruiken dezelfde taal en dezelfde stappen bij elke uitleg.

Doel van deze actie

  • aandacht richten

  • werkgeheugen ondersteunen

  • taakinitiatie verbeteren

  • leerlingen voorbereiden op zelfstandig werken

 

Ik introduceer het startklaar checkkaartje 

Wat doe ik?

Ik ontwikkel een Startklaar‑checkkaartje dat leerlingen helpt om zelfstandig te controleren of ze klaar zijn om te starten. De kaart bevat vier eenvoudige stappen zoals: Heb ik mijn materiaal? Weet ik wat ik moet doen? Heb ik de eerste stap duidelijk?  Kan ik starten?

Waarom doe ik dit?

Uit mijn nulmeting blijkt dat leerlingen vaak starten zonder voorbereiding of juist niet starten omdat ze onzeker zijn. De literatuur toont dat zelfmonitoring een cruciale executieve functie is die nog in ontwikkeling is bij kinderen van deze leeftijd. Het checkkaartje ondersteunt deze functie.

Hoe ziet dit eruit in de klas?

Het kaartje ligt op de banken van leerlingen die extra houvast nodig hebben en wordt klassikaal gebruikt bij nieuwe taken.

Doel van deze actie

  • zelfmonitoring versterken

  • zelfstandigheid vergroten

  • onzekerheid verminderen

  • fouten en stilvallen voorkomen

 

Ik plan reflectiemomenten om start slim bij te sturen

Wat doe ik?

Ik plan korte reflectiemomenten met de leerkracht om te bespreken:

  • wat goed werkt binnen StartSlim

  • welke stappen nog onduidelijk zijn

  • welke leerlingen extra ondersteuning nodig hebben

  • welke materialen moeten worden aangepast

Waarom doe ik dit?

StartSlim is een cyclisch ontwerp. De literatuur (Malfait, Van Oosten) benadrukt dat zelfsturing groeit door reflectie en dat interventies sterker worden wanneer ze worden bijgestuurd op basis van data.

Hoe ziet dit eruit in de klas?

We bespreken wekelijks de effecten van de StartSlim‑materialen en passen deze aan waar nodig.

Doel van deze actie

  • interventie verbeteren

  • leerkracht betrekken

  • duurzame verandering realiseren

Link met de visie van de school

De Regenboog is een warme, inclusieve school waar welbevinden, structuur en talentontwikkeling centraal staan. Mijn initiatief sluit hierbij aan omdat duidelijke routines en visuele ondersteuning zorgen voor rust, veiligheid en voorspelbaarheid. Dit versterkt het welbevinden en de zelfstandigheid van leerlingen en past binnen de brede zorgwerking van de school.

Evaluatie van mijn start slim initiatief 

Evaluatie van het waarom

Wanneer ik terugkijk op mijn StartSlim‑initiatief, zie ik dat het oorspronkelijke “waarom” volledig bevestigd werd door mijn observaties, nulmeting en gesprekken. Ik startte dit traject omdat leerlingen moeite hadden met taakinitiatie, overgangsmomenten, zelfmonitoring en structuur.

Tijdens de uitvoering merkte ik dat deze noden écht aanwezig waren:

  • leerlingen wisten vaak niet hoe ze moesten starten

  • ze vergaten stappen uit de instructie

  • ze raakten snel afgeleid

  • ze wachtten op bevestiging van de leerkracht

  • overgangsmomenten zorgden voor onrust

Door StartSlim te implementeren  met de StartSlim‑Startstraat, het Wat‑nu‑bord, de instructieroutine en het Startklaar‑checkkaartje kreeg ik bevestiging dat deze aanpak nodig en zinvol was.

Het waarom blijft dus volledig overeind: Leerlingen hadden nood aan voorspelbaarheid, houvast en duidelijke routines om hun executieve functies te versterken.

Wat liep er goed?

De StartSlim‑Startstraat werd snel opgepikt

Leerlingen begrepen de stappen en vonden het fijn dat ze precies wisten wat ze moesten doen bij binnenkomst en bij nieuwe taken. De rust in de klas nam zichtbaar toe.

Het Wat‑nu‑bord gaf autonomie

Leerlingen gingen er spontaan naartoe kijken wanneer ze klaar waren of vastliepen. Dit verminderde het aantal vragen aan de leerkracht.

De instructieroutine zorgde voor meer aandacht en duidelijkheid

Door steeds dezelfde structuur te gebruiken (kijken – denken – starten), konden leerlingen beter volgen en onthouden.

Het Startklaar‑checkkaartje gaf zelfvertrouwen

Vooral leerlingen die vaak onzeker waren, gebruikten het kaartje actief. Ze konden sneller starten zonder bevestiging te vragen.

De samenwerking met de leerkracht verliep vlot

We hadden regelmatige reflectiemomenten, waardoor ik het ontwerp kon bijsturen op basis van haar feedback.

 

Wat verliep moeilijker?

Consequence in toepassing

Sommige routines werden niet altijd consequent toegepast, vooral op drukke momenten. Hierdoor viel de voorspelbaarheid soms weg.

Het Wat‑nu‑bord werd soms vergeten tijdens drukke lessen

De leerkracht moest eraan herinnerd worden om het bord te activeren.

Tijdsinvestering in het begin

Het inoefenen van routines vroeg tijd, waardoor het proces trager op gang kwam dan verwacht.

Wat zou ik anders aanpakken?

Meer tijd voorzien voor inoefenen van routines

Ik zou de StartSlim‑Startstraat langer en intensiever oefenen, zodat deze volledig geautomatiseerd raakt.

Het Startklaar‑kaartje meer integreren in de instructie

Bijvoorbeeld door het klassikaal te overlopen vóór elke taak.

Het Wat‑nu‑bord koppelen aan een auditief signaal

Zodat leerlingen automatisch weten dat ze ernaar moeten kijken.

Nog meer co‑teachingmomenten voorzien

Zodat ik de leerkracht beter kan ondersteunen in het consequent toepassen van de routines.

Positieve effecten

Verbeterde taakinitiatie

Leerlingen startten sneller en zelfstandiger. De wachttijd na instructie werd korter.

Meer rust tijdens overgangsmomenten

De StartSlim‑Startstraat en het Wat‑nu‑bord zorgden voor minder chaos en minder rondlopen.

Meer zelfvertrouwen bij leerlingen

Vooral het Startklaar‑checkkaartje gaf leerlingen het gevoel dat ze het zelf konden.

Minder herhaling nodig van de leerkracht

De leerkracht gaf aan dat ze minder dezelfde instructies moest herhalen.

Wat bleef moeilijk?

Leerlingen met zwakker werkgeheugen hadden nog extra ondersteuning nodig

Voor hen zou ik in de toekomst extra visuele stappenplannen maken.

Niet alle leerlingen gebruikten de materialen spontaan

Sommigen hadden nog verbale reminders nodig.

Waarom draagt dit initiatief bij aan inclusie?

Mijn StartSlim‑initiatief draagt bij aan inclusie omdat:

Iedere leerling dezelfde voorspelbare structuur krijgt

Dit verlaagt stress en verhoogt veiligheid essentieel voor kwetsbare leerlingen.

Materialen visueel, eenvoudig en toegankelijk zijn

Ook leerlingen met taalzwakte, ASS‑kenmerken of zwak werkgeheugen kunnen hiermee zelfstandig werken.

Zelfsturing wordt niet gezien als “zelf doen”, maar als “ondersteund zelfstandig worden”

Dat sluit aan bij een inclusieve visie op leren.

Het Wat‑nu‑bord en Startklaar‑kaartje geven autonomie zonder extra druk

Leerlingen kunnen op eigen tempo stappen zetten.

De StartSlim‑Startstraat creëert gelijke kansen

Iedereen krijgt dezelfde duidelijke verwachtingen en dezelfde ondersteuning.